| Training 7Aa | ||||||||||
| Thema: | Circuittraining nummer 2 | |||||||||
| Doelstelling: | Balvaardigheid, Pilonnenvoetbal en 4 tegen 4 basisvorm | |||||||||
| Voor wie: | Vanaf F-pupillen en ouder | |||||||||
| Aantal spelers: | Zes groepjes van acht spelers | |||||||||
| Balvaardigheid | Opbouw van de oefenvorm | |||||||||
| De spelers starten om de beurt. Elke speler | Makkelijk maken: | |||||||||
| probeert zonder een obstakel te raken door | In lager tempo oefenen | |||||||||
| het woud te dribbelen. Aan het einde van het | Obstakels verder uit elkaar zetten | |||||||||
| woud mag de speler de bal mikken in een | Moeilijker maken: | |||||||||
| doel op ca 7 meter. | In hoger tempo uitvoeren | |||||||||
| Achter elk doel staat een speler om de bal | Kleinere ballen gebruiken | |||||||||
| op de vangen. Deze mag weer beginnen en | Met het chocoladebeen laten oefenen | |||||||||
| de andere speler gaat achter het doel staan | Obstakels dichter bij elkaar zetten | |||||||||
| voor de volgende | Meerdere kinderen tegelijk door het woud | |||||||||
| Langere weg in het woud | ||||||||||
| 4 tegen 4 basisvorm | Opbouw van de oefenvorm | |||||||||
| Twee teams spelen een partijspel tegen elkaar | Er wordt zonder keeper gespeeld | |||||||||
| Bedoeling is om te scoren. De spelers duide- | Indribbelen vanachter het eigen doel. De tegen- | |||||||||
| lijk maken wat hun basispositie is. Eén achter, | stander op minstens 3 meter | |||||||||
| twee spelers aan elke zijkant en één speler | Intrappen vanaf de grond i.p.v. inwerpen | |||||||||
| voor. De beginsituatie is de bal voor het doel | Geen buitenspel | |||||||||
| Gebruik termen als wij hebben de bal (balbe- | Vanaf alle afstanden kan er gescoord worden | |||||||||
| zit) Zij hebben de bal (balbezit tegenpartij) | Hoekschoppen worden vanaf de doellijn/zijlijn | |||||||||
| Situatief coachen niet teveel dwingen tot | genomen | |||||||||
| Eventueel een strafschop nemen vanaf de midden- | ||||||||||
| lijn zonder keeper | ||||||||||
| Pilonnenvoetbal | Opbouw van de oefenvorm | |||||||||
| Iedere speler heeft een eigen pilon in een | Makkelijker maken: | |||||||||
| fietsband. De pilon mag je overal in het veld | Grote pilonnen gebruiken | |||||||||
| neerzetten, maar niet dichter dan 2 meter van | Meerdere pilonnen in fietsband | |||||||||
| een zijlijn. Je moet buiten je fietsband blijven | Moeilijker maken: | |||||||||
| om jouw pilon te verdedigen. Probeer de bal | Kleine pilonnen gebruiken, Kleine bal gebruiken | |||||||||
| te veroveren en bij een ander te scoren. Je | Zonder fietsband spelen en alleen met het choco- | |||||||||
| scoort door de bal tegen een pilon aan te pas- | ladebeen laten spelen | |||||||||
| sen. De speler van wie de pilon geraakt is, | Gebruik bowlingpins | |||||||||
| mag het spel weer beginnen. Je mag niet | Laat tweetallen samenwerken | |||||||||
| samen spelen | 2 pilonnen door één speler | |||||||||
| Coaching (algemeen) | Materiaal t.b.v. circuit | |||||||||
| Technische en tactische aanwijzingen geven | Alle aanwezige doppen | |||||||||
| Maar vooral de kinderen stimuleren | 37 ballen | |||||||||
| 6 overgooiers | ||||||||||
| 6 pilonnen | ||||||||||
| 4 banden van fiets | ||||||||||
| 4 E/F doeltjes | ||||||||||